Een lang terrarium waaruit de slang niet kan ontsnappen
De RSPCA, een Britse dierenbeschermingsorganisatie, adviseert voor korenslangen een terrarium dat minstens zo lang is als de volledige lichaamslengte van de slang. De breedte en hoogte moeten elk minstens een derde van die lengte zijn. Een slang van 150 cm lang heeft dus een terrarium van minstens 150 × 50 × 50 cm nodig. Ze gebruikt zowel de bodem als de hoogte: korenslangen bewegen zich over de grond en klimmen op stevige takken.
Slangen vinden verrassend kleine openingen. De deuren moeten goed sluiten, zonder kieren waar de slang door kan ontsnappen. Ook kabeldoorvoeren en ventilatieroosters moeten stevig vastzitten, zodat de slang er niet doorheen kan en er toch lucht blijft circuleren. Jonge slangen hebben veel kleine, beschutte schuilplaatsen nodig die goed om hun lichaam passen, ook als ze al in een terrarium leven dat groot genoeg is voor een volwassen slang. Laat het volledig ingerichte terrarium vóór haar komst ongeveer een week draaien. Zo kun je onder normale omstandigheden controleren of de warmte en verlichting goed werken.
Warme en koele plekken inrichten
Korenslangen regelen hun lichaamstemperatuur door tussen warme en koele plekken te bewegen. De RSPCA noemt 28 tot 30 °C voor de opwarmplek onder de warmtebron en 20 tot 24 °C aan de koele kant. De warmtebron moet slechts één kant verwarmen en zo zijn afgeschermd dat de slang haar niet kan aanraken. Een geschikte thermostaat regelt hoeveel warmte de warmtebron afgeeft. Controleer dagelijks met 2 thermometers of de gewenste temperaturen echt worden bereikt: één op de opwarmplek, ter hoogte van de slang, en één aan de koele kant. Zo merk je ook wanneer de koele schuilplek te warm wordt.
Verlichting zorgt voor een herkenbaar dag-nachtritme. De RSPCA adviseert een zwakke, goed geplaatste UVB-buis boven een deel van de warme kant, met schaduw aan de koele kant. UVB is ultraviolette straling van het type B. Die helpt de slang vitamine D3 aan te maken, die ze nodig heeft om calcium te gebruiken. De afstand tot de lamp, eventueel gaas ertussen en de leeftijd van de lamp beïnvloeden hoeveel UVB de slang bereikt. Volg daarom de instructies van de fabrikant voor plaatsing en vervanging. Het licht moet ’s nachts uit zijn. Volgens de RSPCA mag de temperatuur dan dalen tot 16 tot 20 °C. Als de temperatuur onder 16 °C zou komen, is een warmtebron zonder licht nodig die door een thermostaat wordt geregeld.
Schuilplaatsen, klimroutes en bodembedekking
Een korenslang moet zich zowel aan de warme als aan de koele kant helemaal kunnen verstoppen. Een schuilplaats heeft bij voorkeur een formaat waarbij de opgerolde slang de binnenwanden raakt. Een grote, open schuilplaats geeft minder beschutting. Een extra schuilplaats met vochtig mos kan tijdens het vervellen helpen. Daarvoor hoeft niet het hele terrarium nat te zijn.
Richt het terrarium met stevige takken, verhoogde schuilplaatsen en planten of bladeren zo in dat de slang beschut van de ene rustplek naar de andere kan gaan. Laat ook voldoende open ruimte over. Bodembedekking is het materiaal op de vloer van het terrarium. Kies een geschikte laag waarin de slang kan graven en waarover ze makkelijk kan kruipen. Vervuilde plekken moeten gemakkelijk te verwijderen zijn. De RSPCA noemt geschikte aarde of mengsels van aarde en zand voor reptielen en raadt puur zand af. Zet vers water in een stevige bak aan de koele kant. De bak moet groot genoeg zijn voor de slang om er desgewenst in te liggen.
Voeding plannen en de slang laten verteren
Korenslangen eten hele prooidieren. Voor een korenslang in een terrarium adviseert de RSPCA dode muizen. Die mogen iets breder zijn dan het breedste deel van de slang. Hoe vaak je voert en hoe groot de prooi is, hangen af van de groei en de lichaamsconditie van de slang. Door haar regelmatig te wegen, kun je onder- of overgewicht opmerken en de voeding daarop aanpassen.
Laat bevroren prooidieren volledig ontdooien in een afgesloten zak in koud water. Warm ze daarna in dezelfde zak op in warm water. Gebruik hiervoor een aparte bak, weg van plekken waar je eten voor mensen bereidt. Gebruik geen magnetron en ook geen keukengerei of oppervlakken die je voor menselijk voedsel gebruikt. Bied de prooi aan met een voertang. Levende prooien kunnen de slang verwonden en zijn niet nodig. Pak de slang na een maaltijd minstens 48 uur niet op, omdat verstoring ertoe kan leiden dat ze de prooi weer opbraakt. Maak na het voorbereiden van het voer je handen, de tang en gebruikte oppervlakken grondig schoon. Was ook je handen voordat je de slang aanraakt, zodat de geur van voedsel geen voerreactie uitlokt. Geef iemand die tijdelijk voor de slang zorgt hierover duidelijke schriftelijke instructies.
Alleen oppakken als daar een reden voor is
Korenslangen hebben geen andere slang in hun terrarium nodig. Bij een slang die alleen leeft, kun je gemakkelijker volgen hoe ze eet en vervelt en hoe haar ontlasting eruitziet. Als je haar voor een controle of vervoer moet oppakken, ondersteun dan haar lichaam met beide handen. Pak haar niet bij de kop of staart vast. Houd andere huisdieren gescheiden van de slang.
Trekt een korenslang haar kop en hals bij je nadering terug in een S-vorm, dan kan ze zich bedreigd voelen en bijten. Trek je hand rustig terug en laat het oppakken voorlopig achterwege. Vermijd ook tijdens het vervellen onnodig aanraken, omdat ze dan afwerend kan reageren. Als ze lang buiten het verwarmde terrarium blijft, kan ze afkoelen. Geef haar na aankomst de tijd om haar nieuwe omgeving rustig te verkennen. Door het glas kun je zien welke schuilplaatsen ze gebruikt, of ze soepel beweegt en of ze de waterbak kan bereiken. Zo kun je ook merken of een tak of schuilplaats onhandig staat.
Vervelling en signalen van ziekte volgen
Bij het vervellen vernieuwt de slang haar buitenste huidlaag terwijl ze groeit of versleten huid vervangt. Een gezonde korenslang stroopt haar oude huid normaal gesproken in één stuk af. Vooraf kan ze zich vaker verstoppen en kunnen haar ogen tijdelijk troebel lijken. Ook de oogkapjes moeten met de huid meekomen. Dat zijn de oude doorzichtige huidlaagjes over de ogen. Aan de afgeworpen huid kun je controleren of beide oogkapjes losgekomen zijn. Blijft er een op het oog zitten, neem dan zo snel mogelijk contact op met een dierenarts die ervaring heeft met reptielen. Ook huid die aan het lichaam of de staartpunt blijft vastzitten, moet op korte termijn door zo’n dierenarts worden beoordeeld. Trek de huid niet zelf los: daarmee kun je het oog of de nieuwe huid eronder beschadigen.
Bij benauwdheid of ademen met open bek moet een dierenarts de slang onmiddellijk beoordelen. Laat ook terugkerende problemen met vervellen, blaren op de huid, ademgeluiden, afwijkende ontlasting, gewichtsverlies of kleine zwarte stipjes op de huid of bij de waterbak op korte termijn onderzoeken door een dierenarts met ervaring met reptielen. Een hygrometer is een meter voor de luchtvochtigheid. Daarmee kun je controleren of de luchtvochtigheid in het terrarium ongeveer 40 tot 50 procent is, zoals de RSPCA adviseert. Zorg daarnaast voor een aparte vochtige schuilplaats. Was je handen grondig nadat je het terrarium hebt schoongemaakt of de slang hebt aangeraakt, omdat reptielen salmonellabacteriën kunnen dragen.
Veelgestelde vragen
Kan een korenslang samenleven met een andere korenslang?
Voor de gewone verzorging als huisdier adviseert de RSPCA om korenslangen afzonderlijk te huisvesten. Dat vermindert conflicten en maakt veranderingen bij elke slang gemakkelijker te herkennen.
Waarom moet je wachten met oppakken na het voeren?
Beweging en stress kunnen ertoe leiden dat de slang haar prooi weer opbraakt. De RSPCA adviseert om na het voeren minstens 48 uur te wachten.
Een kijkje van dichtbij
Bronnen en fotovermelding
- How to care for a corn snakeRSPCAEen lang terrarium waaruit de slang niet kan ontsnappen · Warme en koele plekken inrichten · Schuilplaatsen, klimroutes en bodembedekking · Voeding plannen en de slang laten verteren · Alleen oppakken als daar een reden voor is · Vervelling en signalen van ziekte volgen
- Places for reptiles to hideRSPCASchuilplaatsen, klimroutes en bodembedekking · Vervelling en signalen van ziekte volgen
- Corn Snake Care SheetPetMD, Maria Zayas, DVMVoeding plannen en de slang laten verteren
- Providing a Home for a ReptileMerck Veterinary ManualWarme en koele plekken inrichten · Schuilplaatsen, klimroutes en bodembedekking · Vervelling en signalen van ziekte volgen
- Common Problems in Pet SnakesVCA Animal HospitalsVervelling en signalen van ziekte volgen
- Environmental Diseases and Traumatic Injuries of ReptilesMerck Veterinary ManualVervelling en signalen van ziekte volgen
- Routine Health Care of ReptilesMerck Veterinary Manual · Stephen J. DiversVervelling en signalen van ziekte volgen
Fotocredits
Foto: Corn Snake · SloanePhoenix · CC BY 4.0. Bijgesneden, verkleind en omgezet naar WebP
Foto: Cornsnake (Pantherophis guttatus) - Flickr - 2ndPeter.jpg · Peter Paplanus · CC BY 2.0. Verkleind en omgezet naar WebP. Wat je ziet, is verder hetzelfde gebleven.
Foto: Kornnatter (Pantherophis guttatus), Seitenansicht.jpg · Peter Paplanus · CC BY 2.0. Verkleind en omgezet naar WebP. Wat je ziet, is verder hetzelfde gebleven.
Foto: Pantherophis guttatus Head.jpg · Linda Tanner · CC BY 2.0. Verkleind en omgezet naar WebP. Wat je ziet, is verder hetzelfde gebleven.






